Er is iets opmerkelijks gebeurd onder moderne christenen in de westerse wereld. Velen van ons denken en handelen alsof er geen eeuwigheid bestaat – of, alsof wat we in dit leven doen geen invloed heeft op de eeuwigheid.
De trend van vandaag is om ons niet te richten op onze eeuwige toekomst (wie geeft er nou om het “zoete hiernamaals”?), maar op onze huidige omstandigheden, alsof deze wereld ons thuis is. Toch stelt de Bijbel dat de realiteit van onze eeuwige toekomst bepalend moet zijn voor het karakter van ons huidige leven, zelfs met betrekking tot de woorden die we spreken en de daden die we verrichten (Jakobus 2:12; 2 Petrus 3:11-12).
Laten we onszelf vandaag – en elke dag – herinneren wat “het echte werk” is. Hier zijn zes eeuwige waarheden om te onthouden:
1. Er zijn slechts twee eeuwige bestemmingen – de hemel of de hel – en ik en iedereen die ik ken zal naar de een of de ander gaan.
Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden (Matteüs 7:13-14).
Zowel de hemel als de hel raken de aarde – een tussenwereld die rechtstreeks naar de een of de ander leidt. Het beste van het leven op aarde is een glimp van de hemel; het slechtste, een glimp van de hel. Voor Christenen is dit huidige leven het dichtste dat ze bij de hel zullen komen. Voor ongelovigen is het het dichtste dat ze bij de hemel zullen komen.
De realiteit van de keuze die voor ons ligt in dit leven is zowel prachtig als verschrikkelijk. Gezien de zekerheid van onze twee mogelijke bestemmingen, zou niet iedereen bereid moeten zijn om elke prijs te betalen om de hel te vermijden en naar de hemel te gaan? En toch is de prijs al betaald. “U bent gekocht en betaald” (1 Korintiërs 6:20). De prijs die betaald werd was exorbitant: het vergoten bloed van Gods Zoon, Jezus Christus.
Bedenk eens hoe wonderbaarlijk dat is: God besloot dat Hij liever voor ons naar de hel zou gaan dan zonder ons in de hemel te leven. Hij wil zo graag dat we niet naar de hel gaan dat Hij een verschrikkelijke prijs aan het kruis heeft betaald, zodat wij dat niet hoeven te doen.
Niet alle wegen leiden naar de hemel. Slechts één weg doet dat: Jezus Christus. Hij zei: “Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij” (Johannes 14:6). Alle andere wegen leiden naar de hel. De realiteit van de hel zou ons hart moeten breken en op onze knieën moeten brengen en naar de deuren van hen die Christus niet kennen.
2. Deze wereld (zoals ze nu is) is niet mijn thuis en alles wat erin is, zal verbranden; alleen het eeuwige zal achterblijven.
De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde en alles wat daarop gedaan is verdwijnt. Als dit allemaal op die manier te gronde gaat, hoe heilig en vroom moet u dan niet leven, u die uitziet naar de dag van God en het aanbreken daarvan bespoedigt! (2 Petrus 3:10-12)
De aarde is beschadigd door onze zonde (Genesis 3:17). Daarom is de aarde zoals ze nu is (onder de vloek) niet ons thuis. De wereld zoals ze was en zoals ze zal zijn is ons thuis. We zijn pelgrims in dit leven, niet omdat ons thuis nooit op aarde zal zijn, maar omdat ons eeuwige thuis momenteel niet op aarde is. Het was er en het zal er weer zijn, maar het is er nu niet.
God zegt dat deze huidige aarde door vuur zal worden verteerd (2 Petrus 3:10). Paulus zegt dat het vuur van Gods heiligheid alles zal verteren wat we hebben gedaan dat gelijk is aan hout, hooi en stro. Maar hij vertelt ons dat er iets is dat het vuur zal overleven en rechtstreeks naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal gaan: werken van goud, zilver en edelstenen (1 Korintiërs 3:12).
Wat zal eeuwig blijven bestaan? Niet je auto, huis, diploma’s, trofeeën of bedrijf. Wat eeuwig zal bestaan is elke dienst aan de behoeftigen, elke euro gedoneerd om de hongerigen te voeden, elke beker koud water aan de dorstigen gegeven, elke investering in zendingswerk, elk gebed voor de behoeftigen, elke inspanning geleverd voor de verkondiging van het evangelie, en elk moment besteed aan de zorg voor dierbare kinderen – inclusief het in slaap wiegen en het verschonen van hun luiers. De Bijbel zegt dat we in de eeuwigheid zullen oogsten wat we in dit leven hebben gezaaid (Galaten 6:7-8).
3. Mijn keuzes en daden in dit leven hebben een directe invloed op de wereld en het toekomstige leven.
Ik kom spoedig, en heb het loon bij me om iedereen te belonen naar zijn daden (Openbaring 22:12).
Wat we in dit leven doen is van eeuwig belang. Jij en ik zullen nooit meer een kans krijgen om door gebed Gods hand te bewegen om een gekwetste ziel te genezen, Christus te delen met iemand die gered kan worden van de hel, voor zieken te zorgen, een maaltijd te serveren aan hongerigen, stervenden te troosten, ongeborenen te redden, de Schrift te vertalen, het evangelie te brengen aan een onbereikte bevolkingsgroep, Gods koninkrijk te bevorderen, onze huizen open te stellen of onze kleding en voedsel te delen met armen en behoeftigen.
Als we vandaag bekijken in het licht van de lange toekomst, worden de kleine keuzes enorm belangrijk. Of ik vandaag mijn Bijbel lees, bid, naar de kerk ga, mijn geloof deel en mijn geld geef – daden die niet door mijn vlees maar door Zijn Geest genadig worden bekrachtigd – is van eeuwig belang, niet alleen voor andere zielen, maar ook voor de mijne.
4. Mijn leven wordt onderzocht door God, de enige Toeschouwer, en de enige beoordeling van mijn leven die uiteindelijk van belang is, is die van Hem.
Ieder van ons zal dus over zichzelf verantwoording tegenover God moeten afleggen (Romeinen 14:12).
Vraag jezelf af of je leeft voor de goedkeuring van deze cultuur of voor de goedkeuring van Jezus. Vraag jezelf dan af: “Voor wiens rechterstoel zal ik uiteindelijk staan?” We moeten ons leven leiden voor de enige Toeschouwer. Zijn goedkeuring is het enige dat telt. Als het ons doel is om anderen “Goed gedaan” horen te zeggen, zullen we niet doen wat we moeten doen om Hem dat te horen zeggen.
We moeten onszelf eraan herinneren wat de Bijbel zegt over dwaas zijn voor Christus (1 Korintiërs 1:18-31; 4:8-13). De vraag is niet of we als dwazen gezien zullen worden – dat staat vast – maar wanneer en door wie we als dwazen gezien zullen worden. Het is beter om nu als dwazen gezien te worden in de ogen van anderen – inclusief andere christenen – dan voor altijd als dwazen gezien te worden in de ogen van de enige Toeschouwer.
5. God is soeverein, en ik kan erop vertrouwen dat Hij alle dingen – inclusief de moeilijkste dingen – in mijn leven ten goede werkt.
En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede (Romeinen 8:28).
Te midden van een wereld die zucht onder lijden en kwaad, is Gods voornaamste zorg om zijn kinderen te vormen naar het beeld van Christus. En Hij werkt door de uitdagende omstandigheden van ons leven om die gelijkvormigheid aan Christus in ons te helpen ontwikkelen. We kunnen er zeker van zijn dat alle moeilijkheden die Hij in ons leven heeft toegestaan, door Vaders vingers van wijsheid en liefde zijn gefilterd.
Misschien is de grootste test om te zien of wij, als volgelingen van Christus, de waarheid van Romeinen 8:28 geloven, wel deze: bedenk wat het ergste is dat ons ooit is overkomen, en vraag jezelf dan af of je gelooft dat God dat uiteindelijk op een of andere manier ten goede zal gebruiken. De Bijbel benadrukt dat Hij dat zal doen. We hebben geen reden om te denken dat Hij hierin minder betrouwbaar zal zijn dan bij alle andere beloften die Hij heeft gedaan. Laten we Hem vandaag in geloof vertrouwen dat we in de eeuwigheid terug zullen kijken en zullen zien hoe absoluut Romeinen 8:28 waar was!
6. Mijn uiteindelijke thuis zal de nieuwe aarde zijn, waar ik God zal zien en van Hem zal genieten en Hem zal dienen als een herrezen wezen in een herrezen menselijke samenleving.
Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont (2 Petrus 3:13).
Is het herrezen leven in een herrezen wereld met de herrezen Christus en zijn herrezen volk jouw dagelijkse verlangen en hoop? Maakt het deel uit van het evangelie dat je met anderen deelt? Paulus zegt dat de opstanding van de doden de hoop is waarin wij gered zijn. Het zal het glorieuze hoogtepunt zijn van Gods reddingswerk dat begon bij onze wedergeboorte. Het zal het definitieve einde betekenen van alle zonde die ons van God scheidt. Door ons te bevrijden van de zonde en alle gevolgen daarvan, zal de opstanding ons vrijmaken om met God te leven, onze blik op Hem gericht te houden en voor altijd van zijn ononderbroken gemeenschap te genieten, zonder de dreiging dat er ooit nog iets tussen ons en Hem zal komen.
Six Eternal Truths to Remember Each Day
A startling thing has happened among modern Christians in the western world. Many of us habitually think and act as if there is no eternity—or, as if what we do in this present life has no bearing on eternity.
The trend today is to focus not on our eternal future (who cares about the “sweet bye and bye”?) but our present circumstances, as if this world were our home. Yet Scripture states the reality of our eternal future should dominate and determine the character of our present life, right down to the words we speak and the actions we take (James 2:12; 2 Peter 3:11–12).
Let’s be sure to remind ourselves today—and every day—of “the real thing.” Here are six eternal truths to remember:
1. There are only two eternal destinations—Heaven or Hell—and I and every person I know will go to one or the other.
Enter through the narrow gate. For wide is the gate and broad is the road that leads to destruction, and many enter through it. But small is the gate and narrow the road that leads to life, and only a few find it (Matthew 7:13–14).
Both Heaven and Hell touch Earth—an in-between world leading directly into one or the other. The best of life on Earth is a glimpse of Heaven; the worst of life is a glimpse of Hell. For Christians, this present life is the closest they will come to Hell. For unbelievers, it is the closest they will come to Heaven.
The reality of the choice that lies before us in this life is both wonderful and awful. Given the certainty of our two possible destinations, shouldn’t every person be willing to pay any price to avoid Hell and go to Heaven? And yet, the price has already been paid. “You were bought at a price” (1 Corinthians 6:20). The price paid was exorbitant—the shed blood of God’s Son, Jesus Christ.
Consider the wonder of it: God determined that He would rather go to Hell on our behalf than live in Heaven without us. He so much wants us not to go to Hell that He paid a horrible price on the cross so that we wouldn’t have to.
All roads do not lead to Heaven. Only one does: Jesus Christ. He said, “No one comes to the Father except through me” (John 14:6). All other roads lead to Hell. The reality of Hell should break our hearts and take us to our knees and to the doors of those without Christ.
2. This world (as it is now) is not my home and everything in it will burn, leaving behind only what’s eternal.
The heavens will disappear with a roar; the elements will be destroyed by fire, and the earth and everything done in it will be laid bare. Since everything will be destroyed in this way, what kind of people ought you to be? You ought to live holy and godly lives as you look forward to the day of God and speed its coming (2 Peter 3:10–12).
Earth has been damaged by our sin (Genesis 3:17). Therefore, the earth as it is now (under the Curse) is not our home. The world as it was, and as it will be, is our home. We are pilgrims in this life, not because our home will never be on Earth, but because our eternal home is not currently on Earth. It was and it will be, but it’s not now.
God says this present earth will be consumed by fire (2 Peter 3:10). Paul says the fire of God’s holiness will consume whatever we’ve done that amounts to wood, hay, and straw. But he tells us there’s something that will survive the fire and go right into the new heavens and new earth—works of gold, silver, and precious stones (1 Corinthians 3:12).
What will last for eternity? Not your car, house, degrees, trophies, or business. What will last for eternity is every service to the needy, every dollar donated to feed the hungry, every cup of cold water given to the thirsty, every investment in missions, every prayer for the needy, every effort spent in evangelism, and every moment caring for precious children—including rocking them to sleep and changing their diapers. The Bible says we’ll reap in eternity what we’ve planted in this life (Galatians 6:7–8).
3. My choices and actions in this life have a direct influence on the world and the life to come.
Behold, I am coming soon, bringing my recompense with me, to repay everyone for what he has done (Revelation 22:12).
What we do in this life is of eternal importance. You and I will never have another chance to move the hand of God through prayer to heal a hurting soul, share Christ with one who can be saved from hell, care for the sick, serve a meal to the starving, comfort the dying, rescue the unborn, translate the Scriptures, bring the gospel to an unreached people group, further God’s kingdom, open our homes, or share our clothes and food with the poor and needy.
When we view today in light of the long tomorrow, the little choices become tremendously important. Whether I read my Bible today, pray, go to church, share my faith, and give my money—actions graciously empowered not by my flesh but by His Spirit—is of eternal consequence, not only for other souls, but for mine.
4. My life is being examined by God, the Audience of One, and the only appraisal of my life that will ultimately matter is His.
So then each of us will give an account of himself to God (Romans 14:12).
Ask yourself whether you are living for the approval of this culture, or for the approval of Jesus. Then ask yourself, “In the end whose judgment seat will I stand before?” We are to live out our lives before the Audience of One. His approval is the one that matters. If our goal is to hear others say, “Well done,” we won’t do what we need to do to hear Him say it.
We should remind ourselves of what the Bible says about being fools for Christ (1 Corinthians 1:18–31; 4:8-13). The question is not whether we will be seen as fools—that part is certain—but when and to whom we will be seen as fools. Better to be seen as fools now in the eyes of other people—including other Christians—than to be seen as fools forever in the eyes of the Audience of One.
5. God is sovereign, and I can trust that He is working all things—including the most difficult things—in my life together for good.
And we know that for those who love God all things work together for good, for those who are called according to his purpose (Romans 8:28).
In the midst of a world that groans under suffering and evil, God’s main concern is conforming His children to the image of Christ. And He works through the challenging circumstances of our lives to help develop that Christlikeness in us. We can be assured that whatever difficulty He has allowed in our lives has been Father-filtered, through His fingers of wisdom and love.
Perhaps the greatest test of whether we who are Christ’s followers believe the truth of Romans 8:28 is to identify the very worst things that have ever happened to us, then to ask whether we believe God will in the end somehow use those things for our good. The Bible is emphatic that He will. We have no reason to think He’ll be any less trustworthy concerning this than with any other promise He has made. By faith let’s trust Him today that in eternity we’ll look back and see, in retrospect, how Romans 8:28 was absolutely true!
6. My ultimate home will be the New Earth, where I will see and enjoy God and serve Him as a resurrected being in a resurrected human society.
But according to his promise we are waiting for new heavens and a new earth in which righteousness dwells (2 Peter 3:13).
Is resurrected living in a resurrected world with the resurrected Christ and his resurrected people your daily longing and hope? Is it part of the gospel you share with others? Paul says that the resurrection of the dead is the hope in which we were saved. It will be the glorious climax of God’s saving work that began at our regeneration. It will mark the final end of any and all sin that separates us from God. In liberating us from sin and all its consequences, the resurrection will free us to live with God, gaze on Him, and enjoy His uninterrupted fellowship forever, with no threat that anything will ever again come between us and Him.